Dit verhaal gaat over een varken.
Er was eens een varken. Dat varken heette Victor. Victor was een beetje een apart varken. Hij had namelijk geen neus meer. Die had hij vroeger wel gehad, maar die was toen erg groot. Victor heeft toen een neuscorrectie laten doen. Die was een beetje uit de hand gelopen. Victor had dus geen neus meer. Doe je niks aan.
Victor’s lievelingseten was aardappelpuree. Maar dan zonder aardappels. Want daar hield ie niet van. Hij had liever bomen in zijn aardappelpuree. Het liefst appelperenbomen. Maar die waren nogal zeldzaam, dus deed hij het vaak maar gewoon met appelbomen. Of perenbomen. Als het even kon at Victor non-stop aardappelpuree. Hij at zelfs zoveel aardappelpuree dat hij er een beetje overgewicht van had gekregen.
Victor woonde in een heel klein dorpje, genaamd Mexico-stad. Hij woonde daar al drie weken. De andere 58 weken van zijn leven had hij bij zijn ouders in het boerendorpje Shanghai gewoond, maar vier weken geleden had hij besloten dat het tijd werd om zijn vleugels uit te slaan. Niet letterlijke vleugels, want die was Victor al kwijtgeraakt toen hij als peuter aan het schommelen was. Hij was gevallen en daarbij waren zijn vleugels zo beschadigd dat ze geamputeerd moesten worden. Gelukkig had Victor er niet zo’n moeite mee, want dit soort ongevallen kwamen wel vaker voor bij varkens. Victor was dus op zichzelf gaan wonen, en dat beviel hem tot nu toe prima. Maar daar gaat dit verhaal eigenlijk niet over.
Op een dag ging Victor boodschappen doen. Dat moest wel, want hij had besloten dat hij te dik geworden was en op dieet moest. Hij moest dus heel veel groentes gaan kopen. Vooral wortels, want Victor wilde ook nog graag indruk maken op zijn buurvrouw, Cornelia het konijn. Als hij dan heel veel wortels zou eten in haar bijzijn zou ze zeker weten voor hem vallen.
Toen Victor weer thuis kwam na het boodschappen doen ging hij meteen voor het raam van zijn buurvrouw zitten. Hij begon met wortels eten. Hij bleef maar wortels eten, maar de buurvrouw gaf geen enkele reactie. Stiekem keek Victor toen naar binnen om te kijken of ze er wel was. Er zat wel iemand, maar dit was niet Cornelia het konijn. Het was een hele grote gele neushoorn. Cornelia bleek te zijn verhuisd terwijl Victor boodschappen aan het doen was! Een beetje een domper dus.
Victor liep teleurgesteld naar zijn huis terug toen ineens de neushoorn voor zijn neus stond. Ze keek Victor heel lang en indringend aan en zei toen:
‘Hey, samen Nickelsonjassen verbranden?’
Victor was meteen verkocht. Hij had namelijk een hekel aan Nickelsonjassen en had ze altijd al eens willen verbranden. Hij was dus meteen over Cornelia heen. De neushoorn -die Maria bleek te heten- en Victor gingen samen Nickelsonjassen (en later ook UGGs) verbranden en ze leefden nog lang en gelukkig.
EINDE.

Dit verhaal gaat over een ezel.
Er was eens een ezel. Die ezel heette Willem. Willem was een bruine ezel. Willem woonde namelijk sinds drieënzestig en een halve dag in Namibië, dus hij was inmiddels niet meer grijs, maar bruin. Dat is heel normaal bij ezels. Willem woonde trouwens in een steen, dit om te voorkomen dat hij zich er meer dan één keer aan zou stoten.
Willem woonde niet alleen in die steen. Hij had ook een huisgenoot. Die huisgenoot was een roze muis, die de naam Bertus droeg. Daar was Bertus zelf ook niet blij mee, aangezien ze een meisje was. Daarom had Bertus zich laten ombouwen, en nu was hij een jongen. Die operatie was niet helemaal goed gedaan, waardoor Bertus roze was geworden. Bertus was allergisch voor vachtverf, dus hij bleef voor altijd roze. Maar dat terzijde. Terug naar Willem.
Willems lievelingseten was tandpasta. Het liefst aardappelsmaak. Dit was best wel problematisch, want tandpasta met aardappelsmaak is zeer zeldzaam. Het groeide alleen aan de aardappeltandpastaboom in Noord-Zuid-Italië. Een tijdje vloog Willem iedere maand op en neer om daar aardappeltandpasta te kopen, maar op een gegeven moment was dat niet meer te doen. Dus de laatste keer dat hij in Noord-Zuid-Italië was besloot Willem dat hij thuis maar een aardappeltandpastaboom ging planten. Het probleem was toen opgelost. Maar daar gaat dit verhaal niet over.
Willem had ook hobby’s. Één hobby daarvan was tafeltennissen. Maar zijn grootste hobby was toch wel breedbekkikkers verzamelen. Iedere donderdag- en zaterdagavond om 14.23 uur dook hij de vijver in om ze te vangen. Willem verzamelde al zijn breedbekkikkers in een glazen doosje van 60 bij 90 centimeter. Hij had inmiddels 658 doosjes. Die doosjes stonden in zijn garage, die zich 56,5 centimeter van zijn huis bevond.
Op een dag was het donderdagnacht. Willem probeerde te slapen, maar dat lukte niet. Willem had namelijk een slecht voorgevoel. Dat had Willem wel vaker, maar dan was er eigenlijk nooit wat aan de hand. Behalve nu. Want plotseling hoorde Willem gerommel in zijn garage. Iemand probeerde zijn breedbekkikkers te stelen!
Dit kon Willem natuurlijk niet zomaar laten gebeuren. Hij sprong zijn bed uit en pakte een tennisracket. Hij holde naar zijn garage. Daar zat Bertus, zijn huisgenoot. Bertus bleek heel erg jaloers te zijn op de breedbekkikkerverzameling van Willem. Daarom ging hij er iedere nacht naar kijken. Alleen kijken, niet stelen. Normaal deed Bertus dit heel stil, maar dat was nu niet helemaal gelukt.
Willem kreeg een beetje medelijden met Bertus. Daarom besloot hij om de helft van zijn verzameling aan Bertus te geven. Hierdoor was Bertus zo ontroerd dat hij Willem spontaan omdoopte tot zijn beste vriend.
Zo werden Willem en Bertus beste vriendjes.
Einde.
Dit verhaal gaat over een schaap.
Er was eens een schaap. Dat schaap heette Fatima. Fatima was een mannetjesschaap. Fatima heette Fatima omdat zijn ouders al voor zijn geboorte dement waren en om de een of andere reden alleen de naam Fatima konden bedenken en onthouden. Daarom dus.
Fatima woonde in een klein dorpje, met slechts 4589343 inwoners. Dit dorpje heette Zuid-Oost-Noord-Goeree-Overflakkee. Daar woonde Fatima in een ijzeren doos met een deksel van papier-maché.
Fatima was geen gewoon schaap. Fatima had namelijk geen vacht van wol. Nee. Fatima had een vacht van macaroni. Fatima was daarom nogal erg populair bij de Italiaanse meisjes. Maar dat even terzijde.
De grootste hobby van Fatima was tulpen in de spaghetti begraven. Dit deed hij het liefst om 3.46 uur ‘s nachts. Het liefst deed hij dit iedere dag. Urenlang. Fatima had inmiddels zoveel tulpen in de spaghetti begraven dat hij er verslaafd aan was geraakt. Fatima zelf ontkende dat natuurlijk. Uiteraard. Maar daar gaat dit verhaal niet over.
Op een dag had Fatima zin in pudding. Hij keek in zijn koelkast en zag dat er geen pudding was. Dus moest Fatima naar de plaatselijke supermarkt. Hij liep naar de plaatselijke supermarkt en zag dat die dicht was. Dus had Fatima geen pudding.
EINDE.

Dit verhaal gaat over een kip.
Er was eens een kip. Die kip heette Petra. Petra was een gele kip. Knalgeel. Dit kwam omdat ze toen ze nog een kuikentje was haar gele kleur zo mooi vond dat ze haar veren voortaan altijd geel liet verven. Dat liet ze doen door de plaatselijke kippenkapper. Want als ze zelf haar veren verfde werden haar veren op de een of andere manier altijd pimpelpaars met okergele stippen. Petra haatte pimpelpaars met okergele stippen.
Petra lievelingseten was spaghetti, gemaakt van bananenschillen. Petra vond dit zó lekker dat ze het iedere zondag at. En iedere maandag, maar dan alleen als lunch. Maar daar gaat dit verhaal niet over.
Petra’s grootste hobby was identiteitskaarten verzamelen. Iedere woensdagochtend om 5.38 uur ging ze de bossen in om ze te zoeken. Overigens ook iedere dinsdagochtend, maar dat was dan om 4.23 uur. Petra had inmiddels 348 identiteitskaarten verzameld. Ooit zou ze ze allemaal aan de muur gaan hangen. Nu lagen ze echter allemaal nog in een la.
Op een dag was het woensdagmiddag. Petra had niks te doen en dus besloot ze om een yoghurtshake te maken. Nadat ze dit gedaan had had ze weer niks te doen. Daarom besloot ze dat het tijd werd om haar identiteitskaartenverzameling aan een muur te gaan hangen. Dit ging ze dus ook doen. Omdat de muren van Petra nogal hoog waren had ze een trapje nodig om haar identiteitskaartenverzameling op te kunnen hangen.
Petra had nog nooit op een trapje gestaan. Dit was dus haar trapjesdebuut. Ze ging op het trapje staan. Een poosje ging het goed, maar na twee minuten begon het trapje te wiebelen. Petra viel achterover en dacht dat het einde nabij was. Want Petra kon niet vliegen. Ze had bijna met haar hoofd de grond geraakt toen de buurman haar ineens opving. Petra was gered.
Omdat Petra de buurman zo dankbaar was dat hij haar leven had gered werden ze best vriendjes en leefden ze nog lang en gelukkig.
EINDE.
Dit gaat verhaal over een naakte olifant.
Er was eens een olifant. Die was altijd naakt. Maar dat terzijde. Die olifant heette Jan Jaap. Op zondag heette Jan Jaap altijd Karel. Zijn vrienden noemden hem Kees. Dat was een bijnaam. Karel dus.
Karel had ergens last van. Of eerder gezegd zijn slurf. Karels slurf had namelijk hoogtevrees. Daardoor durfde de slurf van Karel niet blaadjes uit de bomen te halen. Daardoor had Karel nogal vaak honger. Maar dat even terzijde.
Karels grootste hobby was boterhamvliegen. Boterhamvliegen hield in dat je op een bezem moest gaan zitten en dan op die bezem moest vliegen terwijl je ondertussen zoveel mogelijk boterhammen at. Karel was daar heel goed in.
Op een dag was Karel, net als elke andere dag, op het boterhamvliegterrein aan boterhamvliegen. Aan het trainen. Alles liep op rolletjes, of beter gezegd vloog op bezems, totdat er ineens een meisje het terrein op kwam. Dat meisje was een worm. Die worm heette Lone de Pokkenworm.
Karel was op slag verliefd. Hij was zo ondersteboven van Lone dat hij bijna van zijn bezem afviel. Maar het ging nog net goed. Karel wilde indruk maken op Lone. Daarom probeerde hij zo stoer mogelijk zijn boterhammen te eten terwijl hij aan het boterhamvliegen was. Helaas ging het mis. In alle enthousiasme zwaaide Karel te wild met zijn armen, waardoor er een boterham uit zijn handen vloog. Recht in het gezicht van Lone de Pokkenworm..
Karel dacht dat zijn kansen verkeken waren en had de moed al opgegeven. Maar Lone hield blijkbaar van boterhammen in haar gezicht. Ze vroeg Karel namelijk direct mee uit! Karel en Lone gingen toen daten en ze gingen voortaan samen boterhamvliegend door het leven.
Einde.

Dit verhaal gaat over een schildpad.
Er was eens een schildpad. Die schildpad heette Jelle. Jelle was een paarse schildpad. Dit kwam omdat Jelle een albino-schildpad was. En albino-schildpadden worden niet groen, maar paars. Jelle werd hier heel erg mee gepest op school. Maar dat maakt even niet uit. Word je hard van.
Jelle’s lievelingseten was worteltaart met slagroom. Hij at het de hele dag door. Ook als hij sliep. Slaapeten heet dat. Maar daar gaat dit verhaal ook niet over.
Jelle’s grootste hobby was stoeptegelwerpen. Hij was dan ook kampioen van heel Sint Maartensdijk. Want daar woonde Jelle. In Sint Maartensdijk.
Op een dag ging Jelle samen met zijn vriend Kees naar Hongkong. Want ze gingen naar het WK stoeptegelwerpen kijken. Jelle had een brief gekregen van de burgemeester van Hongkong dat hij mee mocht doen met het WK. Maar Jelle opende zijn post nooit, omdat hij bang was voor de belastingdienst, en hij was kleurenblind. Dus die brief had hij nooit gekregen. Of nee, nooit gelezen.
Jelle en zijn vriend Kees waren net in het stadion aangekomen, toen Jelle ineens zijn naam hoorde. Hij werd omgeroepen! Hij moest meedoen!
Jelle raakte helemaal in paniek. Want hij had faalangst. Hij rende snel naar de wc en sloot zich daar op.
Op een gegeven kwam Kees naar de wc, om Jelle eruit te trekken. Hij was namelijk verplicht op mee te doen. Na 3 hele seconden lukte dat ook.
Met trillende benen stond Jelle op de startlijn. Hij durfde niet. Maar hij nam toch een aanloop. Precies op het goede moment liet hij de stoeptegel los en…..
HIJ VERBETERDE HET WERELDRECORD!
Zo werd Jelle de schildpad wereldkampioen stoeptegelwerpen. Hij won 3290 chocoladepepernoten.
Einde.
Dit verhaal gaat over een konijn in een bos.
Er was eens een konijn. Dat konijn heette Wesseltje. Wesseltje had een witte vacht met bruine vlekken en zwarte strepen. Dit kwam omdat zijn moeder bruine vlekken had en zijn vader zwarte strepen. En dat ging toen door elkaar. Dus Wesseltje had het gewoon allebei. Oh ja, Wesseltje was allergisch voor wortels.
Wesseltje woonde in een heel groot bos. Misschien wel het grootste bos van de wereld, maar dat wist Wesseltje niet zeker. Want konijnen hebben natuurlijk geen google. Ook geen andere zoekmachines trouwens. Wesseltje had wel een encyclopedie, maar Wesseltje kon niet lezen, dus daar had hij ook vrij weinig aan.
Wesseltje woonde samen met zijn beste vriendin Truus. Truus was een zwart hert met een voorliefde voor kastanjebomen. Truus en Wesseltje woonden dan ook in een iglo van raketijsjes met allemaal kastanjebomen eromheen. En ook een paar kerstbomen, want die vond Wesseltje heel leuk. Wesseltje had er ook wat kerstballen in gehangen, dat vond hij er wel gezellig uitzien. Hij had alleen geen piek, want daar kwam Wesseltje net niet bij. Truus ook niet. En giraffes leven nou eenmaal niet in een bos. Dus geen piek.
Op een dag ging Wesseltje kwallenvissen bij de rivier. Normaal ging Truus ook altijd mee, maar ze moest de planten water geven, dus ze kon niet mee.
Wesseltje zat al een aantal uren met zijn hengel aan de rand van de rivier, maar hij kon maar geen kwal vangen. Hij wilde het al bijna opgeven en teruggaan. Maar toen ineens, op een heel onverwacht moment, werd hij het water ingetrokken. Het was een hele grote kwal. Wesseltje was heel bang en dacht dat ie zou gaan verdrinken…
Wesseltje worstelde een hele tijd met de kwal, maar dat hielp niet echt. Hij kreeg al bijna geen lucht meer. Maar toen bedacht Wesseltje zich dat hij heel erg lange oren had. Dus toen pakte hij zijn oren en sloeg de kwal daarmee op zijn hoofd. Ineens was de kwal dood.
Wesseltje sleepte de kwal terug naar zijn iglo van raketijsjes met kastanjebomen en kerstbomen eromheen. Toen Truus zag dat Wesseltje een kwal bij zich had, werd ze heel erg blij. Kwallenstampot was namelijk haar lievelingseten! Dus ze deed de kwal snel in een pan en maakte kwallenstampot. Samen met Wesseltje at ze de kwallenstampot toen helemaal op.
EINDE.

Dit verhaal gaat over een kanarie en een vis.
Er was eens een kanarie. Die kanarie heette Henk. Henk was een witte kanarie met rode ogen. Het was dus een albinokanarie. Henk woonde in een rode kooi met paarse spijlen in de hoofdstad van Oezbekistan. Henk at graag appeltjes. Vooral de rode appeltjes vond hij erg lekker. De groene vond hij een beetje zuur, dus die at hij niet zo vaak. Henks grootste hobby was teennagels verzamelen. Iedere zondag ging hij door de bossen lopen om ze te zoeken. Hij had er inmiddels wel 200934 verzameld.
Henk de kanarie had ook een penvriendin. dit was Ingrid, de goudvis.
Ingrid was een blauwe goudvis. Ingrid had een groot talent voor om heel snel achter elkaar heel veel sushi te eten. Ze had dan ook het wereldrecord sushi eten op haar naam staan. Sushi was trouwens haar lievelingseten, dat was wel handig. Want als ze sushi vies had gevonden was het ook zo vervelend. Maar dat terzijde. Ingrid woonde in een ronde vissenkom in een buitenwijk van de hoofdstad van Vuurland. Vuurland was het buurland van Oezbekistan. Ze woonde daar samen met haar huisgenoot, Geert de fret. Maar die was vaak heel chagrijnig en zat veel achter zijn computer, dus daar had ze niet zoveel aan. Daarom kwam Henk, haar penvriend ook erg goed van pas.
Henk en Ingrid hadden elkaar op 4 november 2007 ontmoet via een datingsite. Henk zat op die datingsite omdat hij alweer 7 jaar vrijgezel was. Ingrid zat op de datingsite omdat ze zich stierlijk verveelde en omdat ze het veel te saai vond met haar huisgenoot Geert de fret, want die was altijd chagrijnig en zat veel achter zijn computer. Henk was al maanden bezig met die datingsite, Ingrid kwam er voor het eerst. Henk en Ingrid kwamen elkaar toevallig tegen via de chat en raakten aan de praat. Ze hadden een erg leuk gesprek en wisselden e-mailadressen uit. Ze kregen uiteindelijk geen relatie, maar bleven wel contact houden. Na een paar jaar mailen wisten ze dan ook alles van elkaar.
Henk en Ingrid hadden elkaar nog nooit gezien. Henk wist wel hoe Ingrid eruit zag, maar Ingrid wist niet hoe Henk eruit zag, want hij had geen foto van zichzelf. Henk had namelijk een hekel aan fototoestellen, dus foto’s maken van zichzelf zat er niet in.
Op een dag, toen ze druk rondjes aan het zwemmen was, kreeg Ingrid een idee. Ze wilde Henk gaan ontmoeten! Dan zou zij naar Oezbekistan komen en dan zouden ze elkaar daar zien. Dan konden ze misschien samen gaan teennagelverzamelen. Dat leek haar ook wel leuk. Ingrid ging Henk meteen mailen.
Maar Henk vond het een minder goed idee. Hij was bang dat het tegen zou vallen en wilde hun goede band niet verpesten.
Maar Ingrid wilde Henk per sé in het echt zien. Dus ze bleef het maar vragen. Henk liet zich niet makkelijk overhalen, maar na een jaar stemde hij dan eigenlijk met haar idee in.
Op 28 februari was het dan eindelijk zo ver. Ingrid en Henk gingen elkaar ontmoeten. Ingrid had aan haar beste vriend, Harry de olifant, gevraagd of hij haar naar het Centraal Station van Oezbekistan kon brengen, met ronde vissenkom en al. Op het Centraal Station zou ze Henk ontmoeten.
Om 6 uur ‘s ochtends vertrok Ingrid met Harry naar Oezbekistan. In alle haast was ze haar bril vergeten, dus ze zag niet zo goed, maar dat maakte niet zoveel uit. Onderweg naar Oezbekistan at Ingrid nog een kilo sushi, want ze was heel zenuwachtig.
Na 4 uur reizen kwamen Ingrid en Harry aan bij het Centraal Station. Harry zette Ingrid op een bankje en vertrok toen weer.
Na 20 minuten wachten was Ingrid bang dat Henk niet meer zou komen. Maar toen kwam er ineens iemand op haar aflopen. Ze zag niet zo goed wie het was, omdat ze haar bril vergeten was. De ‘persoon’ ging naast haar op het bankje zitten en zei:
‘Hallo, ik ben Henk.’
Ingrid dacht die stem te herkennen en probeerde eens heel goed te kijken wie het was. Na 2 minuten staren zag ze het.
Het was Geert de fret, haar huisgenoot……
Einde.
Dit verhaal gaat over een aap op een onbewoond eiland.
Er was eens een aap. Die aap heette Alexander. Zijn bijnaam was Bob. Alexander dus. Alexander was een klauwaapje. Alexander was alleen niet zo goed in klauwen. Ook niet in klimmen. Dit kwam omdat Alexander te korte benen, armen, en staarten had. Hij had 2 staarten. Foutje tijdens de geboorte. Kan gebeuren.
Deze handicap van Alexander zorgde nogal eens voor problemen.
Op een dag ging Alexander zeilen op de zee. Dit vond Alexander heel erg leuk om te doen. Hij deed dit dan ook 4 keer in de week. Soms maar 3 keer in de week, maar dit was alleen als hij in de soep moest roeren van zijn moeder. Zijn moeder was een zebra, maar dat even terzijde.
Alexander was normaal gesproken heel goed in zeilen, maar dit keer ging het mis. Het zeil van de zeilboot ging ineens kapot. Het zeil viel naar beneden en maakte een gat in de zijkant van de boot. Hierdoor begon de boot te zinken. Alexander raakte in paniek en probeerde zich vast te grijpen aan de dichtstbijzijnde tak. Maar omdat hij niet kon klauwen viel hij in het water.
Omdat het Alexander niet lukte om uit het water te komen, ging hij maar verder de zee inzwemmen. Hij zwom zo lang door totdat hij op een eiland aankwam. Het eiland was onbewoond. Nou ja, eigenlijk niet…want er woonden nog wel mieren. En sprinkhanen. Maar die aten de mieren allemaal op en Alexander at de sprinkhanen op, dus toen was het wel onbewoond.
Alexander ging het eiland doorzoeken en vond een parkeergarage. Hij snapte niet zo goed wat die parkeergarage daar deed, want mieren en sprinkhanen konden niet autorijden, dacht hij.
Alexander vond deze parkeergarage wel een geschikte plaats om te slapen. Dus de parkeergarage werd zijn nieuwe huis. Hij bouwde er een keuken in om te koken, en een badkamer, om zijn tanden te poetsen.
Na een paar weken op het onbewoond eiland te hebben geleefd, was Alexander het alleen zijn wel zat. Dus hij ging andere levende wezens zoeken. Na 3 maanden, 2 weken en 16 dagen zoeken had hij eindelijk iemand gevonden. Het was Klaas, de kangaroe.
Klaas en Alexander werden beste vrienden en leefden samen nog lang en gelukkig op het niet meer zo onbewoonde eiland.
Einde.
Dit verhaaltje gaat over een beer en een rups.
Er was eens een beer. De beer heette Kees. Met de K. Kees was een bruine grizzlybeer. Nee, die zijn niet uitgestorven. Kees woonde in een berenhol, samen met zijn vriendinnetje. Zijn vriendinnetje was een rups. De rups heette Cor. Met de C. Oh ja, Cor is een man. Dat maakt Kees homo. Of bi. Dat kan ook.
Cor en Kees hadden niet echt een stabiele relatie. Kees was namelijk vegetarisch. Hij at alleen maar bladeren en kersenpitten. Kees wilde ook heel goed voor het milieu zijn. Dus hij scheidde zijn afval altijd heel goed. En hij gebruikte geen deodorant. En hij reed geen auto. Hij ging altijd op de fiets. Dat was ook nog eens gezond. Hartstikke handig.
Cor vond dit allemaal maar onzin. Cor at alles. Maar dan ook echt alles. Zelfs koeienogen. Hij ging ook altijd met zijn ferrari naar zijn werk. Cor was dus ook een beetje dik, maar dat terzijde.
Op een dag liep het uit de hand.
Cor, de rups, had honger. Dat had hij eigenlijk altijd, maar dat maakt niet uit. Cor ging dus eten. Maar niet zomaar iets…nee…hij ging het world trade center opeten. Dat is niet omvergeduwd door vliegtuigen. Cor heeft heeft het gewoon opgegeten. Want hij had honger.
Maar Kees, de beer, vond dit te ver gaan. Hij vond dat het allemaal wel wat milieuvriendelijker mocht. Dus toen gingen Kees en Cor vechten. Maar het gevecht liep uit de hand en toen was Cor ineens geen dikke rups meer, maar een platte. Maar Kees was zo boos dat het hem eigenlijk niet kon schelen dat zijn vriendinnetje nu plat was.
Dus hij ging op zoek naar een ander vriendinnetje.
Na maanden zoeken in de bossen en de wouden en via datingsites vond hij zijn nieuwe vriendinnetje. Hij vond haar in zijn eigen huis, in de spinnenwebben. Want zijn huis was hij een beetje vergeten schoon te maken, omdat hij bezig was met zoeken.
Zijn nieuwe vriendinnetje was Cornelia, de spin. Cornelia at alleen bladeren en kersenpitten en hield van fietsen.
Kees was meteen verliefd. En na 43 maanden was Cornelia dat ook. Op Kees.
En toen leefden ze nog lang en gelukkig.
Hoera.